Hormoondiagnostiek
Schildklierprogramma plus
- TSH
Wordt gemaakt in de hypofyse en is een hormoon dat de schildklier stimuleert. De TSH-waarde in het bloed geeft belangrijke informatie over het functioneren van de schildklier. TSH speelt een essentiële rol in de celstofwisseling en daarmee het lichamelijk- en geestelijk welzijn. Een verstoorde schildklierhuishouding kan leiden tot een scala aan klachten en gezondheidsproblemen.
Wanneer de schildklier te veel wordt gestimuleerd (hyperthyreoïdie), ontstaat er een opgejaagd gevoel, hartkloppingen, gewichtsverlies en onrust. Een te hoge TSH-waarde kan veroorzaakt worden door een te traag werkende schildklier (hypothyreoïdie). Men voelt zich futloos, het gewicht neemt toe, er ontstaan depressieve gevoelens en men krijgt last van haaruitval. De oorzaak van een hyper- of hypothyreoïdie kan niet enkel met de TSH-bepaling worden achterhaald, maar in combinatie met de parameters vrij T3 (fT3) en vrij T4 (fT4). Dit zijn hormonen die de schildklier zelf aanmaakt en die weer terugkoppelen naar de hypofyse, de plek waar TSH wordt gemaakt.
​
Verhoogde waarde
Een verhoogde waarde van TSH is een duidelijke indicatie voor een traagwerkende schildklier. Zeer hoge waarden van TSH zijn een indicatie voor een auto-immuunreactie tegen de schildklier (Hashimoto). Bij verhoogde waarden is een diepergaand onderzoek aanbevolen.
Lage waarde
Verlaagde waarden zijn een indicatie voor een overfunctie van de schildklier. De waarde van TSH kan alleen worden geïnterpreteerd in samenhang met de waarde van fT4. Wanneer fT4 eveneens is verlaagd dan is sprake van hyperthyreoïdie. Bij een verhoogde waarde van fT4 is juist sprake van hypothyreoïdie. Bij een normale waarde van fT4 is sprake van subklinische hyperthyreoïdie.
​
- TSH-receptor
Een onderdeel van de epitheelcellen van de schildklier en reageert op de TSH in het bloed. Hierdoor wordt de productie van de schildklierhormonen T4 en T3 gestimuleerd.
NB. Er is bij deze parameter een analytische verstoring mogelijk bij hoog gedoseerde suppletie met biotine. Hierdoor kan er een vals-negatief of vals-positief optreden. Daarom geldt het volgende advies:
Bij inname van > 5 mg biotine per dag, moet dit 8 uur voor de bloedafname worden gestaakt.
Bij inname van > 100 mg biotine per dag, moet dit minstens 5 dagen voor de bloedafname worden gestaakt.
​
TSH-receptorantistoffen (anti-TSH-R) zijn autoantistoffen die het lichaam aanmaakt tegen de eigen TSH-receptor. De TSH-R antistoffen lijken op TSH en worden ten onrechte door de schildklier gezien als een signaal voor de stimulering van de hormoonproductie. In 99% van de gevallen werken zij stimulerend op de TSH-receptor. Zij kunnen dan een hyperthyreoïdie (ziekte van Graves) veroorzaken. Wanneer ze in een zeldzaam geval remmend werken, kunnen ze hypothyreoïdie (ziekte van Hashimoto) veroorzaken.
​
- T3 reverse
De antagonist van het schildklierhormoon T3. Bij onvoldoende selenium, wordt T4 niet omgezet naar het actieve T3, maar naar het inactieve reverse T3. rT3 en T3 maken gebruik van dezelfde receptoren in het lichaam. Als er meer rT3 is, blokkeert het dus de aanhechting van T3, waardoor de schildklierfunctie vertraagd.
​
Verhoogde waarde
De waarde van rT3 kan alleen worden geïnterpreteerd in samenhang met de waarde van fT3. Een hoge waarde van rT3 bij een lage waarde van fT3 wijst op een verkeerde omzetting van T4 naar T3. Hierbij is een ondersteuning van de lever noodzakelijk.
Lage waarde
De waarde van rT3 kan alleen worden geïnterpreteerd in samenhang met de waarde van fT3. Een lage waarde van rT3 bij een normale of hoge waarde van fT3 wijst op een goede omzetting van fT4 naar fT3 in de lever.
​
- fT3 (vrij)
T3 is een hormoon dat ook wel triiodothyronine wordt genoemd. Het wordt geproduceerd door de schildklier en helpt bij de stofwisseling en groei. Het hormoon wordt vaak getest als onderdeel van de schildklierfunctie. Het meeste triiodothyronine in het bloed is aan thyroxine bindend globuline gekoppeld. Minder dan 1% van T3 is ongebonden. Alleen het vrije (ongebonden) T3 is effectief als hormoon in het lichaam. Bij een normale schildklierfunctie zal het totale triiodothyronine variëren zodat het vrije triiodothyronine constant blijft. (In een abnormaal werkende schildklier, is dit niet noodzakelijk het geval). Metingen van vrij triiodothyronine correleren beter met klachten van de schildklier.
​
Verhoogde waarde
Deze waarde kan alleen worden geïnterpreteerd in samenhang met de waarde van TSH en fT4. Wanneer TSH eveneens is verhoogd dan is sprake van een afwijking in de hypofyse. Een verhoogde waarde van fT3 wijst mogelijk op hyperthyroïdie, een stille thryreoïditis, ziekte van Graves of schildkliervergroting.
Lage waarde
Deze waarde kan alleen worden geïnterpreteerd in samenhang met de waarde van fT4. Een lage waarde van fT3 bij een normale of hoge waarde van fT4 wijst op een slechte omzetting in de lever.
​
- fT4 (vrij)
T4 is een schildklierhormoon dat ook wel thyroxine wordt genoemd. Het helpt de stofwisseling en groei. fT4 is het gedeelte van thyroxine in het bloed dat niet gebonden is aan een ander eiwit. Dit is het deel van het hormoon dat effectief is en verschillende cellen in het lichaam kan beïnvloeden.
​
NB: De waarde van fT4 kan alleen worden geïnterpreteerd in samenhang met de waarde van TSH!
​
Verhoogde waarde
Als zowel het TSH als het fT4 is verhoogd, kan dat wijzen op een buiten de schildklier gelegen oorzaak. Bij een verlaagd TSH en een verhoogd fT4 is er sprake van hypothyreoïdie; er is een tekort aan schildklierhormoon in het bloed.
Lage waarde
Wanneer TSH en fT4 beiden zijn verlaagd, dan is sprake van hyperthyreoïdie. Bij een lage fT4 en een verhoogde TSH, is juist sprake van een hypothyreoïdie. Bij een normale waarde van fT4 en een lage waarde van TSH, is sprake van een subklinische hyperthyreoïdie.
​
- Anti-TPO (TPO-antistoffen)
Dit is een sensitieve parameter (95%) voor auto-immuunziekten van de schildklier. De TPO-antistoffen zijn echter niet heel specifiek. Heel hoge titers anti-TPO kunnen gemeten worden bij hypothyreoïdie (ziekte van Hashimoto), maar ze komen ook frequent voor bij hyperthyreoïdie (ziekte van Graves/Basedow).
​
Verhoogde waarde
Een verhoogde waarde van de TPO-receptorantistoffen is een duidelijke aanwijzing voor de ziekte van Hashimoto en in sommige gevallen op de ziekte van Graves/Basedow.
​
- Anti-Tg
Het eiwit thyreoglobuline (Tg) is een krachtig auto-antigen en het is verantwoordelijk voor de productie en opslag van schildklierhormonen. Daarnaast zijn het antistoffen die voor kunnen komen bij auto-immuunziekten van de schildklier zoals ziekte van Hashimoto (hypothyreoïdie) en ziekte van Graves/Basedow (hyperthyreoïdie).
​
Verhoogde waarde
Een verhoogde waarde duidt op een (chronische) auto-immuunziekte van de schildklier zoals ziekte van Hashimoto (hypothyreoïdie) en in sommige gevallen op de ziekte van Graves/Basedow (hyperthyreoïdie). Daarnaast worden verhoogde waarden ook worden gevonden bij primair myxoedeem en schildkliercarcinoom.
Haarhormoonprofiel
Het haartype van elke persoon is genetisch bepaald en komt pas in de loop van het leven tot uiting door de invloed van hormonen, met name de geslachtshormonen. Veranderingen in de hormoonspiegels, bijvoorbeeld door een verstoorde werking van de schildklier, kunnen daarom leiden tot haargroeistoornissen of meer haarverlies. Fysiologische veranderingen in de hormoonspiegels, zoals die veroorzaakt worden door zwangerschap en borstvoeding, kunnen ook leiden tot meer haarverlies.
Het haarhormoonprofiel test alle hormonen die bij een afwijkende hormoonspiegel haarverlies kunnen verklaren; TSH, androsteendion, dihydrotestosteron, oestradiol, SHBG, testosteron, cortisol, DHEA-S, FAI.
NB. Naast een hormonale disbalans, kan een tekort aan voedingsstoffen mogelijk ook haarverlies veroorzaken. Dit kan worden onderzocht d.m.v. de Microvoedingsstoffenscreening.
Cortisol (serum)
Een stresshormoon dat wordt geproduceerd door de bijnieren met uitgebreide effecten op verschillende organen in het lichaam. Het werkt ontstekingsremmend, houdt de bloedglucosespiegel, bloeddruk en spierkracht op peil en helpt de zout- en vochtbalans in evenwicht te houden. Wanneer het lichaam onderhevig is aan stress, is de cortisolproductie verhoogd. Als de stress langdurig is, kan dit leiden tot zogeheten bijnieruitputting en uiteindelijk een burn-out, waarbij de bijnieren niet meer in staat zijn voldoende cortisol te produceren. Omdat het lichaam evolutionair gezien prioriteit geeft aan de productie van cortisol ("vecht-vlucht hormoon"), gaat dit ten koste van de productie van andere hormonen zoals DHEA, progesteron, oestrogeen en testosteron.
DHEA-S
Dit is een androgeen geslachtshormoon, dat zowel bij mannen als bij vrouwen aanwezig is. Het speelt een rol bij de ontwikkeling van de secundaire mannelijke geslachtskenmerken tijdens de puberteit. DHEA wordt door het enzym sulfotransferase omgezet in DHEA-S en omgekeerd wordt DHEA-S omgezet naar DHEA door het enzym sulfatase.
DHEA-S wordt hoofdzakelijk door de bijnieren geproduceerd. Kleinere hoeveelheden worden in de eierstokken van de vrouw en in de zaadballen van de man gemaakt. De productie van DHEA-S staat onder controle van het hypofysehormoon adrenocorticotroop hormoon (ACTH) en andere hypofysefactoren. De hoeveelheid DHEA-S is een indicator voor het functioneren van de bijnierschors.
De hoeveelheid DHEA-S is afhankelijk van het geslacht en de leeftijd. DHEAS bevordert de spiergroei en beïnvloedt het lipidemetabolisme door het LDL-cholesterolgehalte te verlagen en het HDL-cholesterolgehalte te verhogen. Daarnaast is DHEA-S een ontstekingsremmer en heeft het een motiverende werking en antidepressieve eigenschappen.
NB. Er is bij deze parameter een analytische verstoring mogelijk bij hoog gedoseerde suppletie met biotine. Hierdoor kan er een vals-negatief of vals-positief optreden. Daarom geldt het volgende advies:
Bij inname van > 5 mg biotine per dag, moet dit 8 uur voor de bloedafname worden gestaakt.
Bij inname van > 100 mg biotine per dag, moet dit minstens 5 dagen voor de bloedafname worden gestaakt.
Dihydrotestosteron (DHT)
Dihydrotestosteron of DHT is een sterk mannelijk hormoon afkomstig van omzetting van testosteron. Tijdens de embryonale ontwikkeling speelt DHT een belangrijke rol bij de mannelijke geslachtsontwikkeling, DHT speelt later in het leven een rol bij haaruitval, het hormoon zorgt er namelijk voor dat het haarzakje eerder afsterft.
​
Verhoogde waarde
De hoeveelheid dihydrotestosteron die van dag tot dag in het lichaam aanwezig is, hangt af van de aanwezige hoeveelheid testosteron. Als de testosteronspiegel stijgt, wordt er meer omgezet in dihydrotestosteron en dus stijgt ook de dihydrotestosteronspiegel.
Hoge niveaus van DHT bevorderen haaruitval en het risico op prostaatkanker.
Lage waarde
Lage DHT kan voor alle geslachten vertragingen veroorzaken bij het begin van de puberteit. Verder lijkt een lage DHT niet veel effect te hebben op vrouwen, maar bij mannen kan een lage DHT leiden tot:
* late of onvolledige ontwikkeling van geslachtsorganen, zoals de penis of teelballen
* veranderingen in de verdeling van lichaamsvet, die aandoeningen zoals gynaecomastie (borstgroei) veroorzaken
* verhoogd risico op het ontwikkelen van agressieve prostaattumoren
Testosteron (serum)
Het belangrijkste mannelijke geslachtshormoon en reguleert de ontwikkeling van de mannelijke geslachtskenmerken en de voortplantingsfunctie. Het bevordert de eiwitaanmaak op veel plaatsen in het lichaam. De hoeveelheid totaal testosteron neemt af met de leeftijd. Omdat de hoeveelheid gebonden testosteron toeneemt met de leeftijd, neemt de hoeveelheid vrij testosteron zelfs meer af, dan de hoeveelheid totaal testosteron. De afname van testosteron wordt geassocieerd met verminderde spiermassa en –kracht in oudere mannen. Het vergroot de kans op lichamelijke beperkingen en verlies van onafhankelijkheid. Een lage testosteronspiegel beïnvloedt het seksuele functioneren.
NB. Er is bij deze parameter een analytische verstoring mogelijk bij hoog gedoseerde suppletie met biotine. Hierdoor kan er een vals-negatief of vals-positief optreden. Daarom geldt het volgende advies:
Bij inname van > 5 mg biotine per dag, moet dit 8 uur voor de bloedafname worden gestaakt.
Bij inname van > 100 mg biotine per dag, moet dit minstens 5 dagen voor de bloedafname worden gestaakt.
​
Verhoogde waarde
Hoge waarde van testosteron wordt door volwassen mannen meestal als prettig ervaren. Echter, een overmaat aan testosteron kan bij mannen leiden tot agressief en asociaal gedrag en vervroegde mannelijke kaalheid.
Bij vrouwen ontstaan klachten zoals verhoogde mannelijke kenmerken en een afname van vrouwelijke kenmerken, overmatige beharing en toegenomen agressie.
Lage waarde
Een lage testosteronwaarde geeft klachten zoals vermoeidheid, laag libido, onvruchtbaarheid, erectiestoornissen, haaruitval, verminderde spiermassa en lusteloosheid.
Mogelijke oorzaken zijn stress, te weinig beweging, diabetes en ouderdom, maar ook een vetarm dieet of cholesterolverlagers kunnen leiden tot een lage testosteronwaarde.
Oestradiol (serum)
Oestradiol is het belangrijkste oestrogeen. Het wordt gemaakt uit de steroïdhormonen testosteron en androgenen. Oestradiol is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de uiterlijke vrouwelijke geslachtskenmerken (borstvorming, vrouwelijke vetverdeling). Samen met progesteron zorgt het in elke menstruatiecyclus, voor de ontwikkeling en rijping van de baarmoederwand, zodat een eventuele bevruchte eicel kan innestelen. Daarnaast heeft het een regulerende functie heeft in het centrale zenuwstelsel, cardiovasculaire systeem en botmetabolisme. Het is noodzakelijk voor het in stand houden van gezonde en sterke botten. Botgroei en botstructuur zijn zowel bij vrouwen als bij mannen afhankelijk van oestradiol.
Uit onderzoek is gebleken dat oestradiol en het schildklierhormoon T4 mogelijk een beschermend effect hebben op DNA-schade in sperma. Geslachtshormonen, met name oestradiol en progesteron, blijken een rol te spelen bij de pijnperceptie.
De waarde van oestradiol is bij vrouwen afhankelijk van de menstruele cyclus en de leeftijd. Let op bij gebruik van hormoonvervangende middelen, deze maken de uitslag van het onderzoek onbetrouwbaar.
​
Verhoogde waarde
Verhoging van de hoeveelheid oestradiol komt voor tijdens de zwangerschap, tumor van de eierstokken, zaadballen of bijnieren, te vroege puberteit bij meisjes, hormoonbehandeling bij IVF en overgewicht (omzetting van androgenen in vetweefsel, waarbij vaak ook oestron is verhoogd).
Verhoogde waarden van oestradiol kunnen leiden tot gezondheidsklachten zoals gewichtstoename en vochtretentie. Ook geeft een verhoogd oestradiol een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.
Lage waarde
Een lage waarde van oestradiol kan worden veroorzaakt door toenemende leeftijd (vrouwen in/na de overgang), beschadiging van de hypofyse of hypothalamus, te late puberteit bij meisjes, anorexia nervosa of andere oorzaken van ernstig ondergewicht, zoals zware fysieke training, syndroom van Turner (aangeboren slechte groei en uitblijven van puberteit), vroegtijdig falen van de eierstokken door chemotherapie, bestraling of antistoffen tegen de eierstokken, behandeling van (oestrogeenreceptor positieve) borstkanker met oestrogeenremmende therapie.
Een te lage waarde van oestradiol geeft klachten zoals vermoeidheid en vervroegde overgangsklachten. Deze klachten nemen mogelijk af wanneer de oestradiolspiegel wordt hersteld.
Oestrogeenmetabolieten
Oestrogenen worden door hydroxilatie, sulfatie, methylatie of glucoronidase in de lever verwerkt tot zogenaamde metabolieten (stofwisselingsproducten). Dit zijn wateroplosbare vormen van oestrogeen, zodat het hormoon kan worden uitgescheiden via urine en ontlasting. Oestrogeen zelf is een vetachtige stof en kan daarom niet direct worden uitgescheiden.
Er zijn vijf metabolieten van oestrogeen. Deze vijf metabolieten hebben echter nog steeds een oestrogene werking. De ene metaboliet werkt krachtiger en specifieker dan de ander.
​
Milde, beschermende werking:
2OH-oestron
​
Sterke, tumor-stimulerende werking:
4OH-oestron
16aOH-oestron
Deze hormonen sturen celdeling in oestrogeengevoelige cellen aan.
​
Niet actieve metabolieten:
2 methoxy-oestron
4 methoxy-oestron
Deze metabolieten kunnen wel een oestrogeenreceptor bezetten en verhinderen daarmee dat de actieve metabolieten zorgen voor celdeling.
​
Indicatie
Via de bepaling van de metabolieten 2-OH en 16aOH en hun onderlinge verhouding kan een beeld worden gevormd van veranderingen in de oestrogeenstofwisseling.
De onderlinge verhouding van deze metabolieten bepaalt vaak de mate waarin vrouwen klachten ervaren die geschaard kunnen worden onder de noemer oestrogeendominantie zoals:
-
Premenstrueel syndroom
-
Hevige menstruaties
-
Pijnlijke menstruaties
-
Menstruele migraine en hormonale hoofdpijn
-
Pijnlijke borsten
-
Knobbelvorming in borsten
-
Cystevorming van de eierstokken
-
Afwijkende uitstrijkjes
-
Endometriose
Oestrogeendominantieklachten hoeven niet (uitsluitend) veroorzaakt te worden door een ongunstig oestrogeenmetabolisme. De klachten kunnen ook veroorzaakt of verergerd worden door progesterontekort, door hoge stresshormoonaanmaak en door insulineresistentie.
